Revolverend fonds

  • Efficiënte inzet van publiek geld
  • Hefboomwerking
  • Stimuleren van levensvatbare projecten
  • Imago
  • Grote afstand tussen overheid en ontvanger
  • Middelen niet direct opeisbaar
  • Duur en complex

G.    Stappenplan voor het gebruiken van het instrument revolverend fonds

Er moeten verschillende stappen worden genomen wil het instrument revolverend fonds ingezet kunnen worden. Hieronder volgt een overzicht van deze stappen:

  1. Onderzoek of er sprake is van een publieke taak

  2. Onderzoek of het fonds het juiste instrument is

  3. Onderzoek wanneer van welk orgaan beslissingen nodig zijn

  4. Beslis of het revolverend fonds een afzonderlijke rechtsvorm moet hebben en zo ja welke rechtsvorm en ga hiertoe over

  5. Kies een fondsbeheerder

  6. Bepaal de looptijd en exit-strategie

  7. Stel de financiële kaders van het revolverend fonds op

  8. Stel de inhoudelijke kaders van het revolverend fonds op in een investeringsreglement of

    subsidieregeling

  9. Stel de governance van het revolverend fonds op

1. Onderzoek of er sprake is van een publieke taak

Een revolverend fonds wordt opgericht om een maatschappelijke doelstelling te bereiken. Het is daarom van belang dat de klassieke overheidsinstelling een publieke taak heeft bij het bereiken van het beoogde maatschappelijke doel. Wanneer dit niet het geval is, is het de klassieke overheidsinstelling niet toegestaan publiek geld in het fonds te storten.

2. Onderzoek of het revolverend fonds het juiste instrument is

Het is belangrijk dat het fonds een passend instrument is voor de beleidsdoelstellingen die moeten worden behaald. Om erachter te komen of het fonds het juiste financieringsinstrument is, is het verstandig om meer te weten te komen over de gevallen waarin het instrument revolverend fonds wordt gebruikt, de voordelen van het instrument revolverend fonds, de nadelen van het instrument revolverend fonds, en de risico’s van het instrument revolverend fonds. Ook is het raadzaam een marktonderzoek uit te voeren. Daaruit kan blijken of er sprake is van marktfalen, waardoor de oprichting van een revolverend fonds door een klassieke overheidsinstelling van toegevoegde waarde voor de markt zal zijn. Let op: wanneer het fonds wordt gevuld met Europees geld, is een ex-ante marktonderzoek verplicht. Klik hier voor meer informatie over marktfalen. Wij raden u aan ook andere instrumenten te bekijken, zodat u tot een goede afweging kunt komen.

3. Onderzoek wanneer van welk orgaan beslissingen nodig zijn

Bij het oprichten van een revolverend fonds is een rol weggelegd voor zowel de volksvertegenwoordiging als het bestuur. Het is belangrijk van tevoren te weten wanneer deze twee organen zich waar over moeten buigen. Op deze manier kan het fonds zo effectief mogelijk volgens de regels worden opgericht.

4. Beslis of het revolverend fonds een afzonderlijke rechtsvorm moet hebben en zo ja welke rechtsvorm en ga hiertoe over

Een revolverend fonds kan, wil het op afstand van de overheidsorganisatie staan, worden ondergebracht in een aparte rechtsvorm. Dit is echter niet vereist. Het fonds kan ook worden vormgegeven als eigen begrotingsartikel op de begroting van een klassieke overheidsinstelling. Er bestaan dus tal van opties om een revolverend fonds vorm te geven. Klik hier voor meer informatie. In de praktijk wordt het vaakst voor de privaatrechtelijke rechtspersoon in de vorm van besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid gekozen.

5. Kies een fondsbeheerder

Een revolverend fonds wordt meestal beheerd door een fondsbeheerder. Daarbij kan de keuze worden gemaakt tussen intern of extern fondsbeheer. Bij intern fondsbeheer berust het fondsbeheer bij een van de organen van een klassieke overheidsinstelling, bijv. een minister op Rijksniveau. Bij extern fondsbeheer wordt het beheer van het fonds ondergebracht bij een privaatrechtelijke partij. De opdracht tot het extern beheren van het revolverend fonds valt hoogstwaarschijnlijk onder de aanbestedingsregels. Dat betekent dat het fondsbeheer moet worden aanbesteed. In sommige gevallen kan het fondsbeheer worden inbesteed door de opdracht te verlenen aan de regionale ontwikkelingsmaatschappij. Klik hier voor meer informatie.

6. Bepaal de looptijd en exit strategie

Omdat er (deels) publiek geld in een revolverend fonds wordt gestort, is het van belang de looptijd en exit strategie van het fonds vast te leggen. Op die manier kan er worden bepaald voor welke periode er publiek geld in het fonds aanwezig zal zijn én of en wanneer het publieke geld terugvloeit naar de klassieke overheidsinstelling. De looptijd van een revolverend fonds kan een einddatum hebben. Als er gebruik wordt gemaakt van een einddatum, is het handig vast te leggen welke periode er financiering aan maatschappelijk relevante projecten kan worden vertrekt en wat de maximale looptijd van de beheerfase is. Er kan ook worden gekozen voor een fonds met een open einde. Bij een open einde is het belangrijk om een heroverwegingsmoment in te bouwen, zodat kan worden bepaald of er nog steeds noodzaak bestaat om het revolverend fonds in stand te houden (denk aan behalen van de maatschappelijke doelstelling, de aanwezigheid van marktfalen etc.). Het is noodzakelijk dat de klassieke overheidsinstelling in een exit strategie neerlegt wanneer zij uit het fonds stapt en wat er gebeurt met het fondskapitaal. Denk hierbij aan terugbetaling van het fondskapitaal aan de klassieke overheidsinstelling of het aandelenkapitaal – mits het fonds de vorm heeft van een besloten- of naamloze vennootschap – doorverkopen aan een private partij.

7. Stel de financiële kaders van het revolverend fonds op

De meeste van de financiële kaders zullen in ieder geval een plek krijgen in de beheersovereenkomst tussen de betreffende klassieke overheidsinstelling (en eventuele private kapitaalinbrengers) en de fondsbeheerder. In de praktijk worden sommige aspecten ook in andere documenten opgenomen. Het is met name van belang dat onderstaande financiële kaders worden vastgesteld.

Neem de volgende punten in ieder geval op:

  • Maximale omvang van een fonds: de totale grootte van het fondskapitaal moet duidelijk zijn. De fondsomvang is mede afhankelijk van de beoogde mate van revolverendheid van het fonds en de hefboomwerking.

  • Mate van revolverendheid (ook wel financieel rendement genoemd): er zijn verschillende gradaties van revolverendheid. Klik hier voor meer informatie. Het fondskapitaal kan groeien (stijgend revolveren), het fondskapitaal kan hetzelfde blijven (nominaal revolveren) of het kan ten dele revolveren (consumptief revolveren). Bij rendement en een gedeeltelijke revolverendheid is het verstandig te formuleren hoe groot de groei of krimp mag zijn. Deze gradaties van revolverendheid zijn afhankelijk van de maatschappelijk doelstelling die met het fonds wordt nagestreefd en het type projecten waarin wordt geïnvesteerd. Als het bijvoorbeeld projecten betreft die zeer risicovol zijn, lijkt het niet reëel om voor stijgend revolveren te kiezen. Daarnaast kan in de mate van revolverendheid wel of geen rekening worden gehouden met inflatie en/of beheerskosten.

  • Mate van maatschappelijk rendement: door middel van welke maatschappelijke doelstellingen meet je of een investering van het revolverend fonds toegevoegde waarde heeft voor de gehele maatschappij. Bij een energiefonds kan bijvoorbeeld worden gedacht aan tonnen CO2-reductie per jaar en de afname in het gasgebruik.

  • Hefboomwerking: het is vaak de ambitie om met de financiering vanuit het revolverend fonds private middelen op fondsniveau of projectniveau aan te trekken. Dit wordt de hefboomwerking of het multipliereffect genoemd. Als deze ambitie bestaat, is het goed niet tot financiering over te gaan wanneer niet ook private middelen kunnen worden aangetrokken.

  • Beheerkosten: de beloning voor de fondsbeheerder moet worden bepaald. Een marktconforme vergoeding, die niet bovenmatig is en een goede incentive geeft voor een proactief en prudent fondsmanagement, wordt geadviseerd. Dit is bijvoorbeeld te bereiken door een performance fee of een verplichting tot medeparticipatie. Dat laatste betekent dat de fondsbeheerder ook eigen vermogen in het fonds heeft zitten.

8. Stel de inhoudelijke kaders van het revolverend fonds op in een investeringsreglement of subsidieregeling

Het is belangrijk dat de voorwaarden voor het in aanmerking komen van financiering transparant en objectief zijn. Afhankelijk van de juridische vormgeving van het revolverend fonds kan dit o.a. door het maken van een subsidieregeling of een investeringsreglement. Daarbij is het van groot belang dat de subsidieregeling of het investeringsreglement in ieder geval openbaar wordt gemaakt via de website van het betreffende revolverend fonds. Een korte tekst met een aantal bullet points op de website van het betreffende revolverend fonds biedt in ieder geval onvoldoende rechtszekerheid.

Neem de volgende punten in ieder geval op:

  • Aanvraag- en beoordelingsprocedure: een omschrijving van de aanvraag- en beoordelingsprocedure. Hierbij wordt ook uitgelegd welke organen van het fonds specifieke beslissingen nemen. Op deze manier kunnen bijvoorbeeld de rechtsgelijkheid tussen en de objectieve behandeling van potentiële ontvangers worden gewaarborgd en kunnen verschillende regels, bijvoorbeeld de integriteitsbeoordeling uit de Wet bibob of de staatssteuncheck, een plek krijgen.

  • Aanvraagtijdvak: vanaf en tot welke datum kan financiering bij het fonds worden aangevraagd.

  • Verdelingsprocedure: gaat het om een inhoudelijke beoordeling van financieringsaanvragen of een wie-het-eerst-komt-wie-het-eerst-maalt-procedure?

  • Doelgroep: welke doelgroep heeft het fonds. Verstrekt het fonds financiering aan gewone burgers of alleen aan ondernemingen?

  • Beoordelingscriteria: aan welke criteria moet zijn voldaan, wil het maatschappelijk relevante project voor financiering in aanmerking kunnen komen. Denk hierbij aan het soort maatschappelijk relevante projecten dat kan worden gefinancierd en de geografische reikwijdte van de financiering. Ook het beoogde maatschappelijk- en financieel rendement kan hierin worden opgenomen.

  • Uitsluitingscriteria: wanneer komt een maatschappelijk relevant project in ieder geval niet voor financiering in aanmerking.

  • Typen financieringsinstrumenten: de verschillende vormen van financiering die vanuit het fonds kunnen worden verstrekt. De mogelijkheden zijn grofweg (achtergestelde en/of converteerbare) leningen, garanties en participaties.

  • Maximale omvang van de financiering: hoe groot is het bedrag aan financiering dat maximaal aan één maatschappelijk relevant project kan worden besteed. Hiermee wordt voorkomen dat een groot deel van het fondskapitaal wordt geïnvesteerd in één partij, die de financiering uiteindelijk niet kan terugbetalen.

  • Beëindiging van de financiering: in welke gevallen dient de financiering te worden terugbetaald.

  • Afwijkingen en wijzigingen: onder welke omstandigheden kan van de subsidieregeling of het investeringsreglement worden afgeweken en wanneer kan de subsidieregeling of het investeringsreglement worden gewijzigd.

  • Rechtsbescherming tegen financieringsbeslissingen: afhankelijk van of de financieringsinstrumenten subsidies in de zin van de Awb zijn (klik hier voor meer informatie), moet er een bezwaarprocedure worden ingericht en eventueel een bezwaaradviescommissie worden ingesteld. Dit hoeft niet in de subsidieregeling te worden opgenomen, maar vloeit rechtstreeks voort uit de Awb. Zijn de financieringsbijdragen geen subsidies, dan is het niet verplicht maar vanuit de gedachte van rechtsbescherming wel wenselijk een soort klachtprocedure of mogelijkheid van een second opinion in te richten. Altijd kan bij de civiele rechter een procedure worden gestart.

9. Stel de governance van het revolverend fonds op

Er kunnen talloze organisatorische kaders worden vastgesteld. Het is zaak een balans te vinden tussen het stellen van kaders en het overlaten aan de fondsbeheerder. Deze kaders kunnen in verschillende documenten een plek krijgen, afhankelijk van de wensen van partijen en het revolverend fonds dat wordt opgericht.

  • Governance van het revolverend fonds: het kan wenselijk zijn dat de taakomschrijving van en verhouding tussen verschillende organen en organisaties zijn beschreven, bijvoorbeeld van de investeringscommissie, de fondsmanager(s), het bestuur, de raad van commissarissen en de algemene vergadering van aandeelhouders (bij een besloten- of naamloze vennootschap). Ook kan worden vastgelegd dat voor sommige beslissingen toestemming nodig is van bepaalde organen. Daarnaast kan de zeggenschap bij benoemingen worden bepaald. Deze aspecten zijn in de praktijk vaak terug te vinden in de statuten.

  • Informatievoorziening en verantwoording: informatievoorziening tussen en verantwoording van de fondsbeheerder aan de klassieke overheidsinstelling, en binnen de klassieke overheidsinstelling van het bestuur aan de volksvertegenwoordiging, moet voldoen aan duidelijke eisen. Bij de verantwoording is onder andere van belang:
    • Defrequentie van informatie voorziening en verantwoording, bijvoorbeeld jaarlijks of per kwartaal.
    • Het moment van informatievoorziening en verantwoording, bijvoorbeeld op het moment van publicatie van het jaarverslag of in de normale planning en control cyclus (klik hier voor meer informatie)
    • De wijze van informatievoorziening en verantwoording, bijvoorbeeld schriftelijk of mondeling. Werkbezoeken of technische briefings lijken goed te werken in aanvulling op meer formele verantwoording.
    • De onderwerpen van informatievoorziening en verantwoording, waarbij consistentie belangrijk is voor vergelijking en evaluatie en er een duidelijk verband moet bestaan met de beleidsdoelstellingen. Het werken met kritische prestatie-indicatoren (kpi’s) kan hier waardevol zijn.
  • Evaluatie van het revolverend fonds: evaluaties zijn nodig en zijn zelfs verplicht (art. 4:24 Awb) als de financieringsbijdragen subsidies zijn in de zin van de Awb (klik hier voor meer informatie). Het is verstandig vast te leggen hoe vaak het fonds moet worden geëvalueerd en welke aspecten van het fonds moeten worden geëvalueerd. In de praktijk wordt een evaluatie soms als eis gesteld om een nieuwe tranche publiek geld aan het fonds te verstrekken.

  • Informatieverwerking: op basis van de Wet openbaarheid van bestuur en/of de Algemene Verordening Gegevensbescherming kunnen verschillende eisen gelden voor de verwerking, bescherming en publicatie van informatie. Het kan verstandig zijn deze eisen op te nemen in één van de documenten.